Het Aramees, een Bijbelse taal en de moedertaal van Jezus Christus en Zijn apostelen, is een van de weinige talen in de wereld die al ruim 3.000 jaar gesproken én geschreven (van rechts naar links!) wordt door de Arameeërs. Bijgevolg is er een variëteit aan dialecten ontstaan in deze Semitische taal die nauw verwant is aan het Hebreeuws en het Arabisch, waarvan de volgende twee varianten bij de zogenoemde Syrisch-orthodoxen ofwel Suryoye terug te vinden zijn.

Het eerste dialect is een eeuwenoud patois dat zich in de regio van Tur ‘Abdin heeft ontwikkeld. Naast dit schriftloze Tur ‘Abdin Aramees koesteren zij een literair dialect dat ooit in Edessa (Zuidoost-Turkije) en omstreken wortel schoot; beter bekend als “Edessaans (Aramees)” of “(Klassiek) Syrisch.” Bevoegde leraren (malfone) onderwijzen dit dialect, dat vooral dienst doet in de liturgie van de Aramese kerken en hun literatuur (b.v. in tijdschriften) en tot voor kort ook op basisscholen. Beide varianten zijn grotendeels wederzijds onverstaanbaar, ondanks de vele gedeelde Aramese woorden en grammaticale constructies.  

Recente historische studies plaatsen de herkomst van de Arameeërs in Noord-Mesopotamië, in Zuidoost-Turkije en Noord-Syrië. Op onafhankelijke wijze beweren taalkundigen dat de Aramese taal in deze regio is ontstaan. Het Aramees laat zich eenvoudig indelen in de onderstaande vijf fasen, waarin men vervolgens geografische grenzen kan aanbrengen.


1. Oud Aramees: ca. 10e eeuw tot ca. 612 v. Chr.
Het Aramees van de oudste inscripties en potscherven die zijn gevonden in het gebied tussen het noorden van Israël en het huidige Irak. In deze periode ontwikkelde het Aramees zich van een nationale taal (enkel gesproken en geschreven door Arameeërs) tot een internationale taal.

2. Rijks Aramees: tot ca. 200 v. Chr.
Ook wel Officieel Aramees of Standaard Aramees genoemd. Ten tijde van de laatste decennia van de Neo-Assyrische en Neo-Babylonische rijken werd het Aramees steeds meer erkend als de taal van het rijk. Volgens de meeste geleerden is het pas vanaf de Achaemenidische (Perzische) periode in ca. 559 v. Chr. dat het Aramees deze prestigieuze status verwerft. Het Aramees uit de Bijbelboeken Ezra en wellicht Daniel behoren tot deze fase.

3. Middel Aramees: tot ca. 250 n. Chr.
Deze periode bevat o.a. de vroege ontwikkelingen van het Edessaans Aramees, evenals andere plaatselijke dialecten van koninkrijkjes als Petra (Nabatees), Palmyra of Tadmor in het Aramees (Palmyreens) en Hatra (Hatrees). Onder deze periode vallen eveneens het Aramees van de Qumranfragmenten (de Dode Zee Rollen) en dat van Galilea waarin Jezus en de eerste apostelen spraken, schreven en onderwezen.

4. Laat Aramees: tot ca. 1200 n. Chr.
In de periode van circa 200 tot circa 700 n. Chr. ontstaan er dialecten die kenners gewoonlijk geografisch indelen. De West-Aramese dialecten bestrijken het gebied van Israël, terwijl de Oost-Aramese varianten in het huidige Irak hun basis hadden. De gechristianiseerde versie van het Edessaans Aramees (vanaf ca. 250 n.Chr.) wordt gewoonlijk ook tot het Oost-Aramees gerekend, hoewel steeds meer geleerden dit dialect als Centraal Aramees beschouwen.

5. Modern Aramees: tot op heden
Door de toenemende islamisering en arabisering van het Midden-Oosten vanaf de zevende eeuw n. Chr. was het Aramees tot voor kort nog enkel terug te vinden in een handjevol enclaves, zoals in de Tur 'Abdin regio in Zuidoost-Turkije.

Het Tur ‘Abdin Aramees is één van de zogeheten Neo-Aramese dialecten die de tand des tijds hebben overleefd. Enkele andere Aramese dialecten, zoals Mlahso nabij Diyarbakir in Turkije, zijn intussen uitgestorven als gevolg van de genocidale activiteiten tegen de inheemse Aramese bevolking. De hedendaagse Aramese dialecten stammen van ver vóór de 12e eeuw en  bevatten zelfs tal van voorchristelijke Aramese elementen.

 

Citeer dit artikel als J. Messo, “De Aramese Taal,” gepubliceerd op 15 juni, 2009, op www.Aramea.nl.

 

Omhoog